Buitenlandse eetculturen

177 nationaliteiten in Amsterdam!

Vanaf de jaren 50 zijn er in Nederland steeds meer mensen met een andere (dan Nederlandse) nationaliteit of voorouders te vinden. In Amsterdam wonen er zo’n 177 nationaliteiten bij elkaar! Elk land en elk volk heeft zijn eigen eetgewoonten. In Italië wordt bijvoorbeeld veel pasta gegeten omdat graan daar goed groeit. In Indonesië eet men juist vooral rijst omdat rijst er makkelijk groeit. Soms eet men uit geloofsovertuiging bepaalde voedingsmiddelen niet of juist wel. 


Enkele verschillen

Wat opvalt aan buitenlandse eetculturen vergeleken met de Nederlandse is dat er minder gebruik wordt gemaakt van kant en klare maaltijden. En meer verse groenten en fruit. Maar ook meer koolhydraten in de vorm van witmeelproducten (witbrood, witte rijst, couscous) en vlees dan bij een Nederlands eetpatroon. De gemiddelde Nederlander gebruikt vaker typisch Nederlandse dingen zoals patat en Nederlandse snacks zoals kroketten of frikadel.  


Kenmerken van eetculturen

De Surinaamse eetcultuur
  • Eten is sociaal erg belangrijk.
  • Gebruik van veel zout bij de bereiding van de maaltijden in de vorm van bouillonblokjes, bouillonpoeder en op sojasaus gebaseerde marinades en sauzen.
  • Gebruik van smaakversterker (Ajinomoto) bij het bereiden van de maaltijden.
  • Gebruik van ruime hoeveelheden olie of margarine bij het bereiden van de warme maaltijd.
  • Er wordt regelmatig vis gegeten (vaak gebakken en soms in de vorm van gedroogde of gezouten vis: Bakkeljauw, tri).
  • Er wordt veel witte rijst gegeten.
  • Grotere hoeveelheden vlees dan in Nederland (er wordt over het algemeen veel kip gegeten).
  • Soms eet men uit religieuze overwegingen Halal of geen rundvlees (hindoes).
  • Bij de maaltijden vaak ook bijgerechten: verschillende soorten sambal, chutney of gebakken bananen, kroepoek, ingelegde groenten.
  • Er wordt weinig melk gedronken.
  • Gebruik van knolgewassen zoals cassave, zoete aardappel, yams, napi en (Chinese) tajer.
  • Gebruik van zoete dranken zoals tropische vruchtensappen (guave, lychee en mango), limonades, Fernandesdranken, aloe vera dranken, tamarindesiroop en nietalcoholisch gemberbier.
  • Koolhydraat-, en vaak vetrijke snacks zoals bananen-, cassavechips en rijstsnacks zoals péje (rijst en pinda) en brong brong
De Afrikaanse eetcultuur
  • Eten is sociaal erg belangrijk;
  • Uit geloofsovertuiging wordt soms Halal gegeten;
  • Een à twee hoofdmaaltijden per dag
  • Ruim gebruik van zout o.a. door gebruik van bouillontabletten en poeder bij het bereiden van de warme maaltijd;
  • Er wordt veel witte rijst gegeten maar ook knolgewassen zoals yams, cassave, zoete aardappel;
  • Ruime hoeveelheid groente;
  • Gebruik van palmvet (obe-olie=verzadigd vet) bij het bereiden van de warme maaltijd;
  • De Afrikaanse keuken staat bekend om zijn stoofpotten en maaltijdsoepen (ook pindasoep) waar meestal ook al vlees of vis in zit, in combinatie met veel groente. Er wordt meestal fufu of witte rijst bij geserveerd. Fufu is een puree van cassave, yams of polenta.
  • Dranken: vruchtensap, frisdrank. Er wordt weinig melk gedronken.
De Antilliaanse eetcultuur
  • Er zijn drie maaltijdmomenten: ontbijt, lunch(liefst warm) en avondeten (meestal brood);
  • Bij de Antilliaanse eetcultuur wordt veel gebruik gemaakt van stoofpotten (bijv stoba) die geserveerd worden met funchi . Men gebruikt ook vaak gedroogde pruimen en rozijnen bij de bereiding van de maaltijden;
  • Bij de bereiding worden vaak ook ruime hoeveelheden olie en margarine gebruikt. Er wordt ook veel zout gebruikt bij de bereiding van de  maaltijden;
  • Bijgerechten zoals gebakken banaan maken ook deel uit van de warme maaltijd;
  • Bij de antilliaanse keuken horen ook lekkere zoete nagerechten en lekkernijen die regelmatig gegeten worden.
De Turkse eetcultuur
  • Eten speelt sociaal een belangrijke rol, als er visite is wordt er altijd wel wat lekkers geserveerd;
  • Traditioneel speelt de middag maaltijd niet zo’n belangrijke rol. Ontbijt is tussen 10 en 12 en er wordt weer aan het eind van de middag warm gegeten;
  • Het ontbijt is vaak hartig en bestaat vaak uit brood met kaas, eieren, restjes van de vorige dag, tomaten, sla en groene pepers. Men eet tussen de twee hoofdmaaltijden wel fruit of zoete en hartige lekkernijen;
  • Er wordt veel wit brood (pide) gegeten.
  • Bij de warme maaltijd gebruikt men vaak:
  • een voorgerecht (soep of een hartige lekkernij met brood);
  • salade, en dan vaak met yoghurtdressing;
  • bijgerechten zoals ingelegde groente (biber);
  • bulgur en witte rijst (pilav);
  • en soms ook een toetje (baklava of pudding).
  • Dranken: Chai met veel suiker, ayran, vruchtensap of frisdrank. Men gebruikt geen alcoholische dranken.
De Marokkaanse eetcultuur
  • Eten speelt sociaal een grote rol. Als er visite komt wordt er altijd wat lekkers geserveerd;
  • Men eet graag met de handen en met brood, met meerdere personen van dezelfde schaal, totdat men genoeg heeft;
  • Ruim gebruik van olijfolie.
  • De marokkaanse cultuur kent 4 eetmomenten:
  • Ontbijt (meestal hartig, Marokkaans brood met olijfolie, salami, feta, worstjes of pannenkoekjes);
  • Middagmaaltijd (vaak tajine met brood en een salade met olijven en dressing);
  • Een kleine maaltijd om 4 uur (brood, koekjes, gebakjes en muntthee);
  • Avondmaaltijd meestal soep (harira) en een restje van de warme maaltijd.
  • Dranken: muntthee met veel suiker, Marokkaanse koffie met veel suiker, vruchtensap. Men gebruikt geen alcoholische dranken.

De Indiase/Pakistaanse eetcultuur

  • Eten speelt sociaal een belangrijke rol.
  • Er wordt veel gebruik gemaakt van rijst, granen, peulvruchten, specerijen en verse kruiden die tot garam masala’s (aromatische mengsels) gemalen worden.
  • De Indiërs houden erg van pittig eten.
  • Bekende gerechten zijn curry’s, tandoori’s, tikka’s en kofta’s die met rijst of met vers brood (o.a. roti, naan of chapatti) gegeten worden.
  • In geval van een vegetarische maaltijd bereidt men meer groenteschotels. Vooral met paneer (soort kaas), linzen en/of andere peulvruchten- en er komt altijd yoghurt aan te pas.
  • Bij de bereiding wordt er ruim gebruik gemaak van Ghee (geklaarde boter = verzadigd vet).
  • Er zijn drie maaltijdmomenten: ontbijt, lunch (liefst warm) en avondeten.
  • Het ontbijt bestaat uit dosa (knapperige pannenkoek) of een idli (gestoomde rijstecakes) waarbij standaard twee sausjes worden gegeten een pittige sambal en de wat zoete chutney.
  • De hoofdbestanddelen van de warme maaltijden zijn basmatirijst, dhal en gekookte groente.
  • Als bijgerecht worden uien, achar (compote van zure, ingemaakte vruchten met specerijen) en groene pepers geserveerd.
  • Gefrituurde snacks die tussendoor worden gegeten zijn samosa’s, pakora’s, belpuri’s.
  • Bij de Indiase/Pakistaanse keuken horen ook zoete nagerechten zoals mithai, kulfi, kheer, ras malai en halwa.
  • Dranken: Thee of Chai. Dit wordt meestal vers gezet, met melk en suiker en gemixt met specerijen. Nimbu Pani (citroendrank) en Lassi (yoghurtdrank).
Contact en afspraak