Wat is autisme?

Autisme is een psychische stoornis en wordt ook wel de ‘autismespectrumstoornis (ASS)’ genoemd. De diagnose wordt meestal gesteld door een psychiater of een gz-psycholoog. Dit gebeurt aan de hand van onderstaande gedragskenmerken:
  • problemen op het gebied van sociale communicatie en - interactie;
  • beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten;
  • aanwezigheid van over- of ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels: zien, horen, ruiken, proeven, voelen, pijn. 

Hoe herken je autisme?

Bijna iedereen herkent zich af en toe wel in (een van de) autistische gedragskenmerken. Als je autisme hebt zul je in meerdere kenmerken herkennen en kan je gedrag problemen geven in je dagelijks leven. Iedereen is anders en de gedragskenmerken kunnen per persoon verschillen ook. Hieronder de autistische gedragskenmerken op een rij:
 
●      Moeite hebben met veranderingen;
●      Taal heel letterlijk nemen, de toon niet opmerken of non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukkingen, gebaren, toon) niet begrijpen; 
●      Eerlijk en recht door zee zijn;
●      Hele goede detailwaarneming hebben;
●      Goed zijn analyseren en patronen herkennen;
●      Niet goed in smalltalk zijn;
●      Moeite hebben met het bewaren van overzicht;
●      Overgevoelig (overprikkeld) of ondergevoelig (onderprikkeld) zijn voor zintuiglijke prikkels;
●      Buiten vaste kaders kunnen denken;
●      Geobsedeerd bezig zijn met bepaalde voorwerpen, onderwerpen of hobby’s;
●      Vastklampen aan de volgorde in handelingen;
●      Vaste routines en patronen hebben;
●      Zeer rigide denkpatronen hebben die bescherming bieden tegen prikkels;
●      In paniek kunnen raken als er een detail in de omgeving verandert;
●      Hyperfocus hebben;
●      Weinig interesse in anderen tonen;
●      Voorkeur hebben voor voor één op één contact;
●      Tragere informatieverwerking hebben.
 
Autisme kan bestaan naast andere problemen zoals ADHD, angst, depressie of een eetstoornis.
 

Hoe ontstaat autisme?

Er wordt geschat dat autisme in de meeste gevallen (80%) door erfelijke aanleg komt. Maar of de ziekte zich echt ontwikkelt hangt mogelijk samen met omgevingsfactoren. De volgende omgevingsfactoren lijken invloed te kunnen hebben (al kan autisme ook ontstaan zonder genetische aanleg of omgevingsfactoren):
 
●      Vroeggeboorte;
●      De leeftijd van de vader op het moment van conceptie;
●      Diabetes mellitus, een (fors) verhoogde activiteit van het immuunsysteem en/of een vitamine D tekort bij de moeder (tijdens de zwangerschap);
●      Het slikken van Valproate, een geneesmiddel voor de behandeling van epileptische aanvallen door de moeder tijdens de zwangerschap.
●      Bepaalde giftige stoffen (waaronder uitlaatgassen en pesticiden);
 

Behandeling van autisme

Autisme is niet te genezen maar met de juiste hulp kan je er wel beter mee leren omgaan. Cognitieve gedragstherapie bij autisme kan goed helpen om beter te fuctioneren op school, werk en binnen sociale relaties. Meestal wordt binnen de therapie gefocust op het aanleren van (sociale)vaardigheden en het aanpassen van de omgeving op de persoon. Een vaste dagindeling en routine of een vaste en rustige werkplek bijvoorbeeld, zorgen vaak voor meer balans. 

Voeding en autisme

Problemen met eten komt bij mensen met autisme vaker voor. Waardoor het lastiger kan zijn om gezond te eten. Je kunt problemen met eten herkennen aan onder andere:
·       slecht of niet kunnen wennen aan nieuwe producten of gerechten;
·       overprikkeld zijn wanneer buiten de deur gegeten wordt of de vaste eetplek niet beschikbaar is;
·       selectief eten: een duidelijke voorkeur of afkeer voor bepaalde smaken, structuur of temperatuur;
·       teveel/ te weinig eten omdat  honger- en verzadiging niet goed gevoeld/ geinterpreteerd worden; 
·       moeite hebben met verandering van de verpakking van een product;
·       moeite hebben met eten in gezelschap;
·       alleen op een bepaalde plek willen eten;
·       overgevoelig zijn voor het geluid van krakende producten;
·       overgevoelig zijn voor geuren;
·       overgevoelig zijn voor spanning aan tafel;
·       dwangmatig eten;
·       overeten of eetbuien (bij onderprikkeling) of juist te weinig eten (bij overprikkeling). 
 

Hoe de diëtist helpt bij autisme

De diëtist stelt je in het eerste gesprek vragen over je eetproon: wat eet en drink je op een dag? Wat vindt je lekker om te eten en waar heb je moeite mee? De dietist analyseert of je genoeg voedingsstoffen binnenkrijgt en of je niet te veel of te weinig eet. De dietist bespreekt met jou (of met je ouders/ begeleider als je dat fijner vindt) welke prikkels invloed hebben op je eetgedrag, stress of vermoeidheid kunnen er misschien voor zorgen dat je minder eet of ongezondere keuzes maakt. De dietist maakt daarna voor jou een persoonlijk plan en samen maken jullie duidelijke afspraken wat, waar, wanneer en met wie je eet. Op deze manier komt er meer rust rondom het eten. Het doel is om binnen jouw mogelijkheden veranderingen te maken waardoor je meer rust tijdens het eten zult hebben. Stap voor stap werk je met de dietist aan concrete doelen met steeds genoeg tijd om op je eigen tempo te wennen aan de nieuwe manieren. Als je autisme en een eetstoornis hebt, is het doel om een manier te vinden gezonder te gaan eten zonder overprikkeld te raken, de dietist helpt je hierbij.
 
Cookies Contact en afspraak